Burgemeester Daniel Termont: ‘Gent zou Gent niet zijn zonder Willem I’

  • 24 oktober 2018

Springlevende herinnering

De prachtige Miry Concertzaal in het Gents conservatorium telde zaterdagmorgen te weinig plaatsen voor de enthousiastelingen die de inhuldiging van Willem I (1772-1843, koning der Nederlanden van 1815 tot strikt genomen 1840) zijn standbeeld kwamen vieren. Vooral gepensioneerden kwamen af op de feest- en cultuurdag. Had het te maken met het vroege zaterdagochtenduur, of omdat het een vergeten verleden is? Hoogstwaarschijnlijk het eerste, want de herinnering aan Willem I is nog steeds springlevend, af te leiden uit het bezielde publiek. Er waren ook heel wat notabelen aanwezig, waaronder burgemeester Termont, Vlaams minister-president Bourgeois en de voorzitter van de Raad van Bestuur van de Universiteit Gent Sas van Rouveroij.

‘Willem I krijgt de erkenning die hij verdient,’ benadrukte burgemeester Termont, waarna hij zijn waardering uitte voor het Willem Bedankt comité. Met enige trots somde hij enkele belangrijke verwezenlijkingen op van de oude koning der Nederlanden. Gent zou Gent niet zijn zonder Willems impuls om er een universiteit op te richten. Tweehonderd jaar later is dit nog steeds de motor van onze kennis en ontwikkeling. Gent zou Gent niet zijn zonder de aanleg van het kanaal Gent-Terneuzen, wat de haven deed floreren. Dit maakt het North Sea Port-samenwerkingsverband tussen de drie havens Gent, Terneuzen en Vlissingen vandaag de dag mogelijk. En Gent zou Gent niet zijn zonder de tewerkstellingscreatie in de textielsector, in zijn goede en kwade hoedanigheden. Ook het orangistisch verleden schuwde Termont niet door expliciet te spreken over het woelige verleden van zijn voorganger Joseph Van Crombrugghe, die meermaals als eminent orangist burgemeester werd van de stad.

Gedeeld verleden, gemeenschappelijke toekomst

Ook minister-president Bourgeois bouwde verder op deze toon en accentueerde de waarde van dit herinneringsproject voor heel Vlaanderen. ‘Het is een standbeeld van een koning, niet om voor te buigen, wel om Willems erflating en de geschiedenis van het verenigd koninkrijk der Nederlanden te herinneren als een waarde voor deze stad en Vlaanderen,’ vertelde Bourgeois. De intensieve samenwerking tussen Vlaanderen en Nederland heeft voor Bourgeois een topprioriteit. Niet alleen omwille van een gedeeld verleden, maar ook door een gemeenschappelijke toekomst. Alleen het feit dat we een gemeenschappelijke cultuurtaal hebben bindt ons. En sinds 2011 hebben we onze strategische samenwerking steeds verder uitgediept en verbreed, zowel op economisch vlak als op culturele of onderwijskundige terreinen.

Geheugensteuntjes voor een rijkelijk verleden

‘Maar is het nog van deze tijd om een koning op een voetstuk te zetten?’ stelde Rouveroij zichzelf retorisch de vraag. ‘Ja!’ beklemtoont hij. ‘Standbeelden vereren in de publieke ruimte is 19de eeuws,’ vertelt Rouveroij. ‘Vandaag lijkt wel de inhuldiging van een anachronisme. Maar dit is het niet: standbeelden worden vandaag de dag niet meer vereerd, of behoren niet meer toe aan een romantische cultus of enige vorm van nostalgie. Het zijn narratieven, geheugensteuntjes om een rijkelijk verleden een zichtbare plaats te geven in onze samenleving. Het standbeeld vereert niet Willem I, maar wel zijn daden, want hoewel hij een autocraat was, was Willem een verlicht vorst. En maar goed ook!’ Je merkt duidelijk de mindshift in hoe we naar standbeelden kijken. Een discussie die sterker leeft in de VS, maar ook hier van tijd tot tijd aanwakkert als we het bijvoorbeeld over Leopold II hebben.

Na de feestzitting werd een plechtige optocht gehouden tot aan de Reep waar het standbeeld zijn plaats kreeg. Er werden nog verschillende speeches gehouden onder andere van Gents schepen Watteeuw, eregouverneur Herman Balthazar, de plaatsvervangend ambassadeur van Nederland, Axel Buyse als vertegenwoordiger van de Vlaamse regering in Nederland en ereprofessor A.K. Evrard. De 94-jarige ereprofessor Evrard ziet met de inhuldiging van het standbeeld een droom in vervulling gaan. De plechtigheid werd afgesloten met het gezamenlijk zingen van de Klokke Roeland en het Vlaams volkslied. Twee strofes waren voorzien om het volkslied te zingen, maar dit was buiten de aanwezigen gerekend die met volle borst de Vlaamse Leeuw zongen tot het eind. Een betere eer kon Willem I niet krijgen.

 

Bron: Wout Patyn