Interview Neerlandia - “Uit welbegrepen, gedeeld eigenbelang” - Vlaams diplomaat Axel Buyse neemt afscheid van Nederland

  • 19 december 2018

Axel Buyse keert terug naar Brussel als Algemeen Afgevaardigde van de Vlaamse Regering bij de Europese Unie, zoals hij in 2008 ook al deed. Toen hadden we het nog over ideeën en mogelijkheden, nu spreken we over concrete resultaten en haalbare ambities. Er is een samenwerking tot stand gebracht waarin Nederland en Vlaanderen vanuit een objectieve blik hun eigenbelang kunnen versterken en hiervan voordeel ondervinden. In dit afscheidsinterview vertelt Axel Buyse hier meer over. Toen wist hij nog niet dat hij bij zijn afscheid voor zijn verdiensten onderscheiden zou worden als Officier in de Orde van Oranje-Nassau.

Toen Geert Bourgeois als mediaminister in 2005 voor het ANV in Den Haag een prijs uitreikte, lukte een afspraak met een Nederlandse minister niet. Dit jaar werd minister-president Geert Bourgeois door premier Mark Rutte met open armen in het torentje in Den Haag ontvangen. Dat Vlaanderen in 2006 met een strategie van bijna tweehonderd pagina’s hiernaar heeft toegewerkt, is bekend. Maar wat is cruciaal geweest voor het succes ervan?
Van het grootste belang is uiteraard de taaie overtuiging geweest waarmee de Vlaamse diplomatie, gestuwd door bewindslieden als Geert Bourgeois en eerder ook Kris Peeters, aan een realistische politiek van toenadering tot de Nederlandse overheden gewerkt heeft. De Vlaamse overheid getroost zich al enkele decennia serieuze inspanningen om een samenhangend Nederlandbeleid uit te werken. Aan de basis ligt onze overtuiging dat wij met Nederland niet alleen taal en cultuur delen, maar ook wezenlijke andere belangen. Samen vormen de Lage Landen één geostrategisch samenhangend gebied, aan de monding van de grote rivieren en de Noordzee, en tussen Noord- en Zuid-, West- en Oost-Europa. Het verdienmodel van onze landen is al sinds de vroege middeleeuwen grotendeels op die bijzonder gunstige ligging gebouwd. Als we dit gegeven samen verder uitwerken, staan wij een stuk sterker in de woelige ontwikkelingen die wij doormaken op Europees vlak en gewoon ook wereldwijd.

“Maar waar een wil is, en een overduidelijke economische logica, kunnen wij de grenzen tussen Nederland en Vlaanderen inderdaad overstijgen”

Maar om een Engels gezegde te parafraseren: je moet met z’n tweeën zijn om de tango te dansen. Ook bij de Nederlandse overheid is het inzicht gegroeid dat samenwerken met een sterke deelstaat als Vlaanderen heel wat voordelen biedt. Wij behoren tot elkaars sterkste handelspartners. En als wij onze gemeenschappelijke troeven samen leren uitspelen, komt dat beide landen ten goede. Om in te spelen op de Nederlandse koopmansgeest – noem het een gezonde, realistische benadering van de buitenwereld – heeft Vlaanderen het concept van welbegrepen, gedeeld eigenbelang ontwikkeld. Welbegrepen, omdat het geen exclusiviteit ten aanzien van andere partners inhoudt.

De fusiehaven North Sea Port wordt spectaculair genoemd. Is er zicht op een nieuwe, vergelijkbare spectaculaire ontwikkeling?
Ja, die fusie van het Havenbedrijf Gent met Zeeland Seaports – op zichzelf al een fusie van Terneuzen, Borssele en Vlissingen – is inderdaad een spectaculair succes. Vijf jaar geleden had men zoiets – zeker in Zeeland – niet voor mogelijk gehouden. Maar waar een wil is, en een overduidelijke economische logica, kunnen wij de grenzen tussen Nederland en Vlaanderen inderdaad overstijgen. Het vergt nog altijd moed om zo te redeneren, want aan beide kanten van de grens vind je lieden in overvloed die vastzitten in een 19e-eeuwse visie op wat nationaal belang is. Ambtenaren, politici en anderen die nog altijd niet verder kunnen of durven denken dan hun neus lang is.

Er komen zeker nog andere vormen van verregaande samenwerking tot stand – ook binnen ons havenlandschap. Voor de fusie Gent-Zeeuwse havens lagen de redenen voor het grijpen en waren alle tegenargumenten flauw. Vanzelfsprekend is de militaire demarcatiegrens tussen het Zeeuwse deel van het oude graafschap Vlaanderen en het stuk aan de Belgische kant in de loop der eeuwen ook een beetje een ‘culturele grens’ geworden – cultuur dan in de zin van omgaan met de overheid, aparte regelgeving en ambtelijke gebruiken. Maar hoe reactionair is het niet om te denken dat dit soort remmingen er voor eeuwig en altijd moet zijn?

Ziet u ergens een onverwachte mogelijkheid voor samenwerking?
Het is van kapitaal belang dat Vlaanderen en Nederland de troeven waarover ze beschikken, met name dan hun bijzonder interessante geostrategische ligging, gezamenlijk veiligstellen en uitbouwen. Daarom werkt de Vlaamse ambtenarij momenteel aan een ‘breed verhaal’ over de optimalisatie van onze gezamenlijke verbindingen met het hinterland van onze economie – in alle richtingen. Dan duikt het begrip 3RX op – een gemoderniseerde versie van de oude IJzeren Rijn, de spoorverbinding met het huidige Noordrijn-Westfalen die België in 1839 toegezegd kreeg om het verlies van Oost-Limburg te compenseren en de band met Duitsland veilig te stellen.

“Het hele vertoog over de kloof bezuiden Roosendaal en over het feit dat geen twee andere volkeren die dezelfde taal delen, zo verschillen van elkaar, is flink overdreven”

De Vlaamse minister-president, Geert Bourgeois, en de Vlaamse minister van Mobiliteit, Ben Weyts, hebben het voortouw genomen in een proces om die lijn te herstellen. Niet zozeer op basis van historische rechten – al zijn die er – maar vooral als versterking van de gemeenschappelijke verbindingen tussen de Vlaamse havens en Duitsland, en alles wat daarachter ligt. Gemeenschappelijk, omdat wij doelbewust naar ‘win-win-winsituaties’ zoeken voor Vlaanderen, Nederland én Duitsland. Want zowel de bondsregering in Berlijn als de deelstaatregering in Düsseldorf wil die verbinding – even sterk als Vlaanderen die gerealiseerd wil zien. Om de eindeloze files van vrachtverkeer, met alle ecologische gevolgen van dien, te lijf te gaan. Om verbeterd grensoverschrijdend personenverkeer per spoor mogelijk te maken. En om niet alleen Antwerpen met betere spoorverbindingen te bedienen, maar ook Zeebrugge, onze gemeenschappelijke North Sea Port – met Terneuzen en Vlissingen. Om de Moerdijkhaven mee te nemen en de Brabantroute, die dwars door Roosendaal, Breda, Tilburg en Eindhoven loopt, te ontlasten. Wat wij uiteindelijk beogen, is een brede visie op de manier waarop de Lage Landen – samen – hun logistieke stromen optimaal organiseren, in onderlinge afspraak, tot heil van hun beider belangen. Als dat lukt, staan wij samen vér!

De Hedwigepolder. De laatste oogst is binnengehaald. Een laatste bezoekje maakt van de polder misschien nog een ultieme toeristische attractie. De ontpoldering moet in het kader van de Vogel- en Habitatrichtlijn. Waarom vindt u het zo erg dat de Hedwige bekendstaat als de polder die onder water moet voor de verdieping van de Schelde? Omdat dat taaie verhaal gewoon niet klopt. En vooral omdat er op basis van die mythe onrust is gezaaid onder de Zeeuwse bevolking. Misschien was het naïef om toe te staan dat die ontpoldering van de Hedwige in één verdrag werd genoemd met de jongste verdieping. Met het idee dat Vlaanderen zo voor goodwill kon zorgen in Nederland, verklaarde het zich in 2005 zelfs bereid om de aankoop en de omvorming van de Hedwige te bekostigen. Zo is de perceptie in Zeeland versterkt dat Vlaanderen die teruggave van de Hedwige per se wilde, als compensatie voor de verdieping. Niets van. De Hedwige was een uitstaande schuld van Nederland ten aanzien van de Europese Commissie, vanwege verregaande inpolderingen en andere ingrepen die de natuurlijkheid van de Westerschelde in het verleden om zeep hielpen.

“En toch kunnen Nederlanders en Vlamingen in veel gevallen perfect samenwerken, zeker nu mijn landgenoten veel van hun vroegere calimerogedrag opzij hebben gezet”

Aanvankelijk leek iedereen tevreden, ook veel Zeeuwen. Maar toen barstte de campagne los. En de beschuldigingen richting Antwerpen en Vlaanderen gingen erin als zoete koek. Niets leukers dan oude vijandbeelden op te roepen om eigen beslissingen die slecht vallen bij de publieke opinie, met een waas te omgeven. Ergerlijk was dat ook de Vlaamse pers dit verhaal gemakshalve vaak overnam. Maar zo plaats je Vlaanderen in Zeeland, en in heel Nederland, in een negatief daglicht. Terwijl zeker Zeeland er alle baat bij heeft om zijn relaties met Vlaanderen te verstevigen. Wat uiteindelijk gelukkig gebeurd is. Kijk nog maar eens naar de fusiehaven!

In 2013 werd in de nota van de Vlaams-Nederlandse denkgroep Toekomstverkenningen aanbevolen het aanbod van excellent digitaal onderwijs samen te organiseren en af te stemmen op de Lage Landen. En nu komt het: “Vooral omdat beide landen één taalgebied zijn en online cursusmateriaal voor het hele Nederlandse taalgebied ontwikkeld zou kunnen worden.” In het damesakkoord Onderwijs uit 2016 is die ambitie bijgesteld. Wat is nu de stand van zaken?
Soms moet je je ambities wat bijstellen. Maar de samenwerking inzake onderwijs is hoe dan ook bijzonder stevig. Het Damesakkoord uit 2016 laat alle ruimte voor een intensifiëring van die samenwerking. Op de top in Middelburg hebben ministers Crevits en Van Engelshoven dat bevestigd. De financiering door Nederland van de Stichting Nederlands Onderwijs in het Buitenland, met de ruim tweehonderd scholen wereldwijd, waar kinderen van Vlaamse expats tegen dezelfde voorwaarden toegang hebben, is tot het vroegere niveau hersteld. Er wordt de komende tijd nauw samengewerkt rond de problematiek van het lerarentekort in beide landen. De ambtenarij overlegt over alle mogelijke onderwijszaken. Er is een vanzelfsprekende kennisdeling gegroeid rond problemen als de radicalisering in het onderwijs. Vlaamse en Nederlandse universiteiten gaan spontaan vaak het eerst bij elkaar te rade. In Middelburg ondertekenden de Universiteit Gent en Campus Zeeland – een samengaan van alle hogere opleidingen en kennisinstellingen in de provincie – een intentieverklaring. Daarin legden ze vast dat de UGent alle horden zal nemen voor Nederlandse bachelors om in Gent een master te halen. En de UGent en Campus Zeeland legden de basis voor een breed platform om wetenschappelijke kennis samen te brengen over water: stijging van het zeepeil, waterkwaliteit, verzilting van landbouwgronden. Een platform waarbij álle Vlaamse en Nederlandse kennisinstellingen en experts dienaangaande zich kunnen aansluiten …

Bij de Vlaams-Nederlandse top van 5 november 2018 werd gesteld dat de gesubsidieerde Nederlands-Vlaamse cultuurinstellingen zich begeven in een open netwerk, dat ruimte biedt voor nieuwe initiatieven. Is hierover al wat meer bekend en weet u in hoeverre hierbij gelet wordt op de maatschappelijke impact?
Ik verwijs even naar de passage in de Vlaamse Strategienotitie Nederland en naar de ambitie om uit te groeien tot één echte, gedeelde culturele ruimte, met alle voordelen van die schaalvergroting, ook de economische. De voorbije jaren zijn er afspraken gemaakt tussen de gesubsidieerde culturele instellingen die zich specifiek richten op de Vlaams-Nederlandse samenwerking: Brakke Grond, Ons Erfdeel, deBuren, de Nederlandse Taalunie, de letterenfondsen en ga maar door. Die stemmen hun operaties voortaan – veel sterker dan in het verleden – op elkaar af. Maar onze ministers willen ruimte laten voor veel meer vormen van culturele uitwisseling … Laat duizend bloemen bloeien is het idee.

In Nederland en Vlaanderen worden nog veel gelijksoortige en toch gescheiden initiatieven opgezet, zoals de Universiteit van Nederland en de Universiteit van Vlaanderen. Zou het effect hebben als beter zichtbaar wordt dat overheid en politiek belang hechten aan Nederlands-Vlaamse samenwerking?
Ja, Rome noch Keulen zijn op één dag gebouwd. De vanzelfsprekende reflex om ons taalgebied als één ruimte te zien, is er nog niet. Nederlanders hadden het – uitzonderingen niet te na gesproken – altijd al wat moeilijk om met dat ‘aanhangsel’ Vlaanderen rekening te houden. De Vlamingen zijn op korte tijd zo zelfbewust geworden, dat zij de gewoonte hebben ontwikkeld om alles zelf te doen, dan wel om over Nederland wat heen te kijken, naar de grote wereld. Zo missen wij ongetwijfeld mogelijkheden om samen sterke initiatieven te ontwikkelen. Maar er bestaat zoiets als voortschrijdend inzicht. Ik mik daarop. En daarom zijn de momenten waarop onze bewindslieden de hoofden bij elkaar steken, van cruciaal belang.

In Nederland doet de burgerbeweging Code Oranje, een samenwerkingsverband van ondernemers, wetenschappers, bestuurders en actieve burgers, mee bij de komende Statenverkiezingen, omdat we toe zijn aan bestuurlijke vernieuwing. In België zijn er de burgerlijsten. De oprichting van een Nederlands-Vlaamse burgerbeweging: ondenkbaar of kanshebber om in beeld te komen als spectaculair initiatief?
Daar kunnen wij van dromen … maar wellicht is het water voor zoiets nog te diep. Er is een zeker reservoir van belangstelling voor elkaars politieke wedervaren, maar we mogen de omvang van de groep Lagelanders die elkaars politieke systeem kennen, nu ook weer niet overdrijven. Al blijft het voor mij vaak merkwaardig hoe parallel het maatschappelijke debat inhoudelijk loopt. Neem het VN-migratieverdrag en de wijze waarop in beide landen geleidelijk bij een deel van het politieke spectrum het inzicht is gegroeid dat bij dat ontwerpdocument toch vragen kunnen worden gesteld. Zelfs het tijdstip waarop het debat op gang is gekomen – rijkelijk laat volgens voorstanders – loopt opvallend gelijk.

Wat zou u graag nog als afscheid willen zeggen?
Dat het mij een oprecht genoegen is geweest om tot twee keer toe, als diplomaat, te hebben gewerkt aan de concrete samenwerking tussen Vlaanderen en Nederland, tussen Nederlanders en Vlamingen. Dat ik mij in Nederland daarbij in al die jaren oprecht thuis heb gevoeld, als een vis in het water. En dat ik uit die ervaring tot de overtuiging ben gekomen dat het hele vertoog over de kloof bezuiden Roosendaal en over het feit dat geen twee andere volkeren die dezelfde taal delen, zo verschillen van elkaar, flink overdreven is. Uiteraard zijn er verschillen. De Duitsers zijn nog altijd bezig die tussen Oost en West te overwinnen, al waren ze hooguit veertig jaar in een ander staatsverband terechtgekomen. Onze staten verschilden niet zo fundamenteel van elkaar, maar de scheiding heeft wel vier eeuwen geduurd. En toch kunnen Nederlanders en Vlamingen in veel gevallen perfect samenwerken, zeker nu mijn landgenoten veel van hun vroegere calimerogedrag opzij hebben gezet.

 

@ Jenny Bleijenberg

Dit interview werd gepubliceerd in Neerlandia 2018/4, het tijdschrift van het Algemeen-Nederlands Verbond.